Veel demente bewoners kregen voor de lockdown al weinig bezoek

‘Moet ik eruit?’ vraagt mevrouw Kuik (93).

‘Het hoeft niet, maar het mag wel. Ik kan u helpen met wassen en aankleden.’

Ik help haar overeind en op de rand van haar bed kijkt ze de kamer rond. ‘Ik vind dit geen mooie kamer.’

‘Wat mankeert eraan?’, vraag ik, al denk ik dat ik het wel snap. Ik zou me ook niet thuis voelen in een kamer met een systeemplafond. ‘Wilt u een andere kamer?’

‘Ik wil gewoon naar huis’, zegt mevrouw Kuik. ‘Naar mijn vader en moeder.’

Na het ontbijt staat ze bij de deur naar de lift. Ze houdt haar tas onder haar arm geklemd en over het plankje van haar rollator hangt haar jas. ‘Ik wil hier weg.’

Ik ga mee. Ik zet een pak sap en een paar glazen in het mandje van de rollator en loods haar door het gebouw naar het terras.

Normaal gesproken heb ik hier geen tijd voor, maar nu wel: de afdeling is door corona gehalveerd. Dementerende ouderen kun je niet isoleren. In no time was de hele afdeling besmet, inclusief ik. Volgens mevrouw Kuik is het niet meer dan logisch dat ze corona heeft overleefd – ze heeft al zo veel overleefd – maar ze vindt het wel heel bijzonder dat ík het heb overleefd.

Buiten schijnt de zon. Op het terras zit een bewoonster van een andere afdeling. Ik help mevrouw Kuik naast haar in de stoel en ze beginnen meteen te keuvelen.

Nu mevrouw Kuik onder de pannen is, kan ik intussen mooi een paar andere bewoners uitlaten. Veel bewoners met dementie kunnen niet met de activiteitenbegeleider mee naar buiten, omdat ze overprikkeld raken in een groep. Ze zijn afhankelijk van bezoek dat hen mee naar buiten neemt. 

Alle verontwaardiging over de lockdown van verpleeghuizen wekte de indruk dat heel Nederland stond te popelen om op bezoek te komen, maar veel bewoners krijgen zelden bezoek. Soms door eigen schuld – als je je hele leven een asshole bent geweest, moet je niet verwachten dat er iemand bij je op de koffie komt in het verpleeghuis – maar de meeste families hebben gewoon geen tijd. Kleine kinderen en een drukke baan, dat soort smoesjes. 

Er zijn bewoners die al járen geen bezoek hebben gehad. Nooit kijkt er iemand naar deze mensen om, maar nu er een keer een goede reden is om níet op bezoek te komen, noemen mensen het onmenselijk dat verpleeghuizen geen bezoek mochten toelaten. Als bewoners met dementie voor zichzelf konden opkomen, hadden ze misschien wel geprotesteerd tegen het opheffen van de lockdown. Het is wrang om, als je zelf nooit bezoek krijgt, met corona besmet te raken via het bezoek van de buurvrouw.

Ik haal mevrouw Hazenbosch (88) op. Zij heeft alleen een kleinzoon die één keer per jaar op bezoek komt. Hij blijft hooguit tien minuten en hoeft niet eens een kopje koffie. Volgens mij komt hij alleen even kijken of ze al bijna doodgaat. Mevrouw Hazenbosch gaat al jaren bijna dood. Als ik haar help met wassen, kan ik de kanker voelen onder haar huid.

In de rolstoel rijd ik haar door de tuin. Af en toe gaan we langs het terras om te kijken of mevrouw Kuik zich nog vermaakt. Ik draai de parasol met de zon mee, schenk de glazen bij en dan rijden we weer verder.

Mevrouw Hazenbosch wijst naar bloeiende bloemen en planten en vogels. ‘Schitterend’, zegt ze. ‘Heel mooi.’

Op een plek waar het pad is nat gesproeid, sta ik stil. De tuinsproeier staat op de andere kant van de tuin gericht, maar zwenkt langzaam naar ons toe. ‘Zal ik u hier maar laten staan?’

‘Nee, nee!’ zegt ze. ‘Doorrijden!’

Ik rijd pas verder als de sproeier vlakbij is en mevrouw Hazenbosch nog net een paar spetters in haar nek krijgt.

‘Rotjong’, lacht ze.

Op een strategische plek – tussen de bosjes door heb ik zicht op mevrouw Kuik – parkeer ik mevrouw Hazenbosch in de schaduw. Ik ga op het bankje ernaast zitten. Ze is blij verrast dat ik haar sigaretten heb meegenomen. Ze neemt een trek en kijkt naar de bloeiende vlinderstruik en het zonlicht op de boomtoppen.

‘Ik ben een gezegend mens’, zegt ze.

Thomas van der Meer werkt in een verpleeghuis en is in augustus gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

De namen van personen die in deze column voorkomen zijn pseudoniemen.

X